hoofdstuk 7 – De jaren 80 – Verruiming

Seizoen 1982-1983

  • Aantal ploegen: 3
  • Aantal leden: 34

Bestuur

  • Voorzitter: Willy Jena
  • Secretaris: Stef Vanden Borre
  • Penningmeester: Willy Van Acker
  • Bestuursleden: Jan Dekeyser, Albert De Kock, Reiner Fransen, Marc Van Bever en Georges Vloebergh

Heren

  • Afdeling: Tweede provinciale
  • Resultaat: Tiende plaats
  • Trainer: Jacques Dewinter en Reiner Fransen
  • Spelers: Willy Dekeyser, Patrick De Kock, Robert Elsen, Guido Fleurman, Reiner Fransen, Dirk Jena, Eric Leskens, Peter Leskens, Marc Van Bever, Walter Van Eyck, Luc Vloebergh en Marc Vrebos

Jeugd

  • Afdeling: Cadetten (1/2 seizoen)
  • Trainer: Stef Vanden Borre
  • Spelers: Patrick De Boever, Peter Leskens, Ivo Muyldermans, Benny Willems, Walter Van Acker, Luc Vloebergh en Johan Wille
  • Afdeling: Miniemen
  • Trainer: Reiner Fransen
  • Spelers: Dirk Cordemans, Johan Fransen, Kris Geeraerts, Koen Van Acker, Dirk Van De Sompele, Dirk Van Eyck, Johan Van Eyck, Stefan Van Gelder en Dieter Verlaenen

‘t Is te zien hoe je het allemaal bekijkt…

Eind augustus. Achter enkele auto’s verzamelt een troep kepi’s. Plots duikt een vaandel op. “Drie, vier” roept de chef, en prompt zet de fanfare Sint-Michaël zich in beweging.

Basketters en scheidsrechter kijken verbaasd om zich heen. De ene verliest de bal, de andere zijn fluit. Supporters en aanverwanten verlaten “de Chalet” en stellen zich op bij het plein. De fanfare schrijdt intussen ritmisch en vooral met veel lawaai voort over de parking van Terlanen.

Alsof het afgesproken lijkt komt op dat ogenblik een wagen aangereden met de burgemeester, enkele schepenen en… de “druivenkoningin”. De coach vraagt onmiddellijk een “time-out” om een catastrofe te voorkomen. De scheidsrechter staat die met een glimlach toe.

Na het handgeklap voor de fanfare en voor de winnende ploeg (dit jaar heel uitzonderlijk net niet Basket Club Terlanen) treden de politici – vergezeld van DRUIF IX – in het belang van ‘t algemeen naar voor om de spelers een hand te geven en een bakje druiven door te geven. Van dit ceremonieel gedoe maak ik gebruik om de chef van de fanfare op te zoeken. Jarenlang heb ik me afgevraagd waarom zo’n dirigent niet gewoon met het begin begint. Dus met “één, twee” in plaats van “drie, vier”. Na zijn uitleg kan ik rustig stellen dat ik weinig of niets van muziek begrijp.

Sinds kort is de diepere, filosofische betekenis van deze onwetenschappelijke manier van tellen tot mij doorgedrongen: vele, zoniet alle dingen hebben geen begin. Alles is altijd al een hele poos bezig. Voor mij was dit ook het geval begin jaren zeventig, toen ik voor het eerst deel uitmaakte van het basketgebeuren van Terlanen.

“Drie, vier” roept de chef, en prompt zet de fanfare zich in beweging. Zowel het maatwerk waarin de muzikanten gekleed gaan als dat waarop ze marcheren, geeft zo’n wandelend orkest een zekere waardigheid die het beslist niet zou hebben als niet iedereen in diezelfde maat zou spelen.

Van achter de “spiksplinternieuwe” reclameborden, waar wij als spionkop met zelfgefabriceerde spandoeken, toeters en ratels stevig staan opgesteld, slagen wij het basketbalschouwspel gade. Alles speelt zich af in een decor van groene en witte tinten. Op de achtergrond imponerende bossen die de Laanvallei begeleiden, het groenwit geschilderde clubhuis, de vrouw van de “president” in haar groen “deux-pieceske”, de reclameborden rond het basketveld en al de spelers van Basket Club Terlanen in hun nieuwe groene shirts. Ik vraag mij af wat de stichters van de club bezielt heeft te kiezen voor deze prachtige, harmonische kleurencompositie. In het heetst van de discussie onder spionkopleden wordt gegokt op een verband met de patroonheilige, met diens sigarettenmerk, het geloof in hoop en vreugde, groene truitjes die toevallig in reclame stonden of de groene omgeving van Terlanen als inspiratiebron? Het blijft voor ons een raadsel.

De basketploeg die bijna volledig bestaat uit spelers van Terlanen, doet het weer schitterend. Met groot enthousiasme rennen wij onmiddellijk na de wedstrijd naar de trainer van BCT en vragen hem of wij al groot genoeg zijn om mee te mogen spelen. In de week trainen tot daar toe… ‘t is immers kiezen tussen basketter of misdienaar spelen, of voor sommigen basketter spelen of misdienaar worden, ‘t is maar hoe je het allemaal bekijkt.

“Drie, vier” roept de chef, en een “schitterend” peloton muzikanten marcheert richting basketbalplein. De zon schijnt geweldig die zondagnamiddag en te samen met drie ploegmaats en de coach zit ik op de bank uit te blazen. Vandaar hebben wij de langzaam naderende fanfare goed in het vizier. Het feit dat de muzikanten in rijen op gelijke afstanden van mekaar (trachten te) lopen trekt onze aandacht.

Zo’n ordelijke gang van zaken kennen basketters (wij van de cadettenploeg althans) niet. Alhoewel, het valt ons op dat sommige muzikanten zeer mooi spelen maar regelmatig een por in de rug krijgen van de collega erachter, terwijl anderen de kuiten van hun voorganger zeer nauwkeurig in de gaten houden, doch iets helemaal anders spelen dan de rest van ‘t orkest.

Vele jaren later werd dit dilemma voor ons duidelijk, namelijk toen de trainer ons het “lopen van systemen” wilde aanleren. Ook hierbij heb je de keuze: je kan je concentreren op waar je naartoe moet lopen en de bal ondertussen tegen je knikker krijgen, of je concentreren op het opvangen van de bal doch de totaal verkeerde richting uitlopen om vervolgens door de trainer uitgescholden te worden door diverse soorten “toerist”.

“Vervanging” roept de coach plots. Koude rillingen lopen over onze rug want niemand volgt nog het verloop van de match. Op een tornooi is er immers zoveel te zien. Kijk daar, de pastoor wandelt voorbij met een geheimzinnige glimlach op de mond. Onze cadettenploeg doet het goed. Ik mag aantreden. Welke tegenspeler moet ik houden? Nummer drie? Neen man, daar, nummer vier.

“Drie, vier” roept de chef, en aanzet van de “druivenmars” weerklinkt in de chalet. De regen heeft de natuurlijke drang om te gaan stappen bij de muzikanten sterk bekoeld, tot groot genoeg trouwens van sommigen die zo’n papier van streepjes en bolletjes op hun instrument steken hebben en van anderen die denken aan hun kuiten.

Ook basket in de regen is geen pretje. Misschien bestaat de mogelijkheid om vanaf volgend seizoen in de sporthal van Overijse te gaan spelen. Aan de toog dondert het: naar Overijse? Terlanen verlaten, dat kan toch niet! Dat wordt het failliet van de club! En wat met de chalet en het pleintje? Sinds ze overal nieuwe spelers zijn gaan kopen krijgen ze het hoog in hun bol!

Plots wordt het stil. De prominentenkaravaan treedt – naar jaarlijkse gewoonte – de chalet binnen. Koningin DRUIF XV is niet alleen in het gezelschap van de burgemeester en enkele schepenen, maar er volgt nog een hele tros gemeenteraadsleden. Het moet een verkiezingsjaar zijn. De voorzitter improviseert een plechtige prijsuitreiking en is bijzonder blij de grootste beker aan de kapitein van zijn eigen ploeg te mogen overhandigen. Die beker wordt aanstonds met bier gevuld, tot drie, vier keer toe.

Een groot voordeel van basket spelen is dat je tijdens de match al eens een babbeltje kunt doen. Vooral als je niet te goed presteert mag je (naast de coach) op de bank gaan zitten. En een bijkomend pluspunt, sinds in de sporthal wordt gespeeld, is dat je (meestal) in het droge zit. Na 20 jaar basketten valt er al wel iets te vertellen onder elkaar. Denk maar aan de vette jaren in eerste provinciale, de trainers die wij allemaal overleefd hebben, (daar waren echte “figuren” bij), de voorzitterschapwissels (van figuren gesproken), de uitbouw van de club (vooral in de breedte), de jaarlijkse achtergrondevenementen (die soms dreigden het plezantste en het belangrijkste te worden), enz. Veel verandert snel… maar niet alles. Er zijn nog zekerheden in de wereld, neem nu het druiventornooi op het pleintje in Terlanen, de optocht van de fanfare en de defilé van de druivenkoningin. ‘t Plezier en de charme van den basket, van Terlanen. ‘t Is te zien hoe je het allemaal bekijkt.

Seizoen 1983-1984

  • Aantal ploegen: 3
  • Aantal leden: 31

Bestuur

  • Voorzitter: Marc Van Bever
  • Secretaris: Stef Vanden Borre
  • Penningmeester: Willy Van Acker
  • Bestuursleden: Jan Dekeyser, Albert De Kock, Reiner Fransen, Edmond Geeraerts, Willy Niclaes, Pol Van De Sompele en Georges Vloebergh

Heren

  • Afdeling: Tweede provinciale
  • Resultaat: vierde plaats
  • Trainer: Willy Niclaes
  • Spelers: Willy Dekeyser, Patrick De Kock, Robert Elsen, Guido Fleurman, Reiner Fransen, Dirk Jena, René Lamproye, Eric Leskens, Marc Van Bever, Walter Van Eyck, Guy Vloebergh, Luc Vloebergh en Marc Vrebos

Jeugd

  • Afdeling: Cadetten
  • Trainer: Stef Vanden Borre en Willy Niclaes
  • Spelers: Dirk Cordemans, Johan Fransen, Chris Geeraerts, Koen Van Acker, Walter Van Acker, Dirk Van De Sompele, Dirk Van Eyck en Johan Van Eyck

Leave a reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *